Terug naar nieuws overzicht

Eerste ‘women only’ Haagse Huiskamer netwerkbijeenkomst

Meer dan 80 vrouwen kwamen op 7 mei naar JulianaPlaza voor de allereerste netwerkbijeenkomst speciaal voor vrouwen. Tijdens de bijeenkomst deelden zij hun vragen en adviezen over de integratie van vrouwelijke statushouders in Den Haag. Met speeddates, een world café, adviesrondes en pitches was er volop gelegenheid voor uitwisseling van kennis en ervaringen.

Presentatie was in handen van Denice Spaans en Hellie van Hout

Vluchteling zijn is een push-back. Ik wil net als anderen: werken, mezelf ontwikkelen.
Ik wil niet om hulp vragen. Ik heb zelf ook veel te bieden

(Cheija)

Dat betere integratie van vrouwelijke statushouders een punt van aandacht is voor zowel statushouders als vele Haagse organisaties, bleek uit de dynamische sfeer en constructieve gesprekken aan de verschillende tafels. Aan iedere tafel deelden de deelnemers hun ideeën over de behoeftes, kansen en belemmeringen bij o.a. het vinden van werk, opleiding, kinderopvang en een sociaal netwerk.

Na een korte speeddate wisselden de deelnemers ervaringen uit over de belemmeringen bij het vinden, doen en volhouden van werk. Statushouders noemde de taalbarrière en gebrek aan mogelijkheden voor kinderopvang als voornaamste knelpunten. Zo vertelde een van de aanwezige statushouders: “Als ik in Syrië zou gaan werken, dan zou ik mijn kindje van 6 maanden bij opa en oma laten. Hier heb ik geen familie.” Er werden direct verschillende oplossingen bedacht en adviezen gegeven zoals het aanbieden van gratis kinderopvang door werkgevers, of het meer flexibel aanbieden van taallessen door taalscholen, zodat vrouwen kunnen kiezen om ’s middags of ’s avonds les te nemen. Ook extra informatie over de Nederlandse werkcultuur en het aanleren van werknemersvaardigheden zouden de aanwezige vrouwelijke statushouders vooruit helpen bij het vinden van een baan.

Ook culturele verschillen (het gebrek aan aandacht daaraan) werden door de deelnemers benoemd als belemmering bij het vinden en doen van werk. “Het gaat niet alleen om kinderopvang, sommige vrouwen zijn gewoon gewend aan andere genderrollen en zorgen liever thuis voor hun kinderen dan dat ze gaan werken” aldus Chenet. Volgens Chenet is er meer voorlichting nodig aan vrouwen over de positie van vrouwen in Nederland: “Kennis over vrouwenrechten kan hen helpen om beter mee te kunnen doen in de Nederlandse samenleving.” Hierbij werd door deelnemers ook genoemd om altijd de individuele context als basis te nemen. “We moeten voorkomen om in stereotypen te praten. De verschillen zijn heel groot tussen mensen en gezinnen. En iedereen heeft een ander karakter” (deelnemer bijeenkomst).

Na het uitwisselen van behoeftes, belemmeringen en kansen bij het vinden van werk presenteerden een aantal vrouwen hoe zij hun weg hebben gevonden in Den Haag. Bijvoorbeeld Marjana, die nu als Schilderswijkmoeder andere vrouwen begeleidt bij De Mussen:

10 jaar geleden durfde ik niet naar school te gaan of om hulp te vragen. Ik kwam iemand tegen die ik vertrouwde. Daardoor ben ik vrijwilligerswerk gaan doen en merkte ik dat ik ook iets kan betekenen voor andere vrouwen in Den Haag. Dus: durf hulp te vragen!”

Daarnaast presenteerden zeven maatschappelijke initiatieven in een pitch hun aanbod voor vrouwen. Dat aanbod liep uiteen van sollicitatie- tot netwerktrainingen, en van mogelijkheden voor vrijwilligerswerk tot vrijetijdsbestedingen. “Om moeders uit hun isolement te halen, en te zorgen dat zij zich minder alleen voelen koppelen wij moeders aan vluchtelingenmoeders. Zij kunnen elkaar een luisterend oor bieden, elkaar op weg helpen of zelfs helpen bij de bevalling.” (Maartje Kammeraat tijdens haar pitch over Moeders Informeren Moeders).

Aan verschillende werktafels gaven statushouders vervolgens advies aan de aanwezige organisaties. Zo werd Harriet van Maatjesproject Ouderbetrokkenheid geholpen met haar vraag over gelijkwaardige samenwerking. Adviezen de ze kreeg? “Neem de tijd. Ga niet op de Nederlandse manier ‘tsjak tsjak tsjak’ recht op je doel af én neem ook niet de houding van de helper aan. Sta ook open voor wat jij van een statushouder kunt leren.” Stichting Yasmin wist direct een match te maken met een Syrische vrouw die naaister was in Syrië. “Zij kan ons ontzettend goed helpen bij de naailessen die wij verzorgen,” aldus Rozemarijn van der Kerk.

“Ik ben zo blij over deze middag! Ik heb contact gehad met mensen. Ik wilde graag extra taallessen en sporten en daar heb ik nu informatie over gevonden”
(deelnemer bijeenkomst).

 “Wat me vandaag ook weer opvalt: meedoen in de samenleving is niet altijd makkelijk! Waar kun je terecht, wat moet je doen? Er is veel aanbod in Den Haag, allerlei (vrijwilligers)organisaties zijn actief met groepen, advies, scholing” 

(deelnemer bijeenkomst).

Met een kleine groep van de deelnemende vrouwen zal de Haagse Huiskamer komende tijd plannen maken om de genoemde knelpunten, adviezen en netwerken bij elkaar te brengen en concrete resultaten te boeken. Houd onze website of LinkedIn dus in de gaten voor nieuwe bijeenkomsten speciaal over en voor vrouwelijke statushouders.